Voor wie is ESB?
Wie wil begrijpen hoe de economie in elkaar zit, vindt in ESB de ideale informatiebron. ESB slaat de brug tussen wetenschap, beleid en
praktijk. Wie ESB leest begrijpt beter hoe de Nederlandse economie werkt, doet inspiratie op voor beleid en kan een keuze voor, of tegen, een bepaalde beleidsbeslissing met redenen onderbouwen. Zo biedt ESB inzicht in markten, en argumenten voor beleid. Lees ESB, en laat u inspireren!
De inhoud van ESB
De belangrijkste onderzoeksresultaten van economen verbonden aan onderzoeksinstituten en de universiteiten worden door de redactie geselecteerd en toegankelijk gemaakt. Regelmatig geeft dit aanleiding tot discussie tussen wetenschappers en beleidsmakers .
Het ESB-team
Albert Jolink Hoofdredacteur
Mark Dijkstra Redacteur
Gelijn Werner Redacteur
De Twee Hanen v.o.f. Bureauredactie
Carla van der Meulen Redactiesecretariaat
Roel Langelaar Uitgever
Contact met ESB
ESB maakt sinds december 2005 deel uit van Sdu Uitgevers.
Sdu Uitgevers
t.a.v. Redactie ESB (P24.034)
Postbus 20025
2500 EA Den Haag
tel: (070) 378 92 37
fax: (070) 799 98 40
e-mail: esb@sdu.nl
Bezoekadres:
Prinses Margrietplantsoen 88
2595 BR Den Haag
Geschiedenis van ESB
Kort na de vorige eeuwwisseling groeide in Nederland de behoefte aan informatie over de ontwikkeling van de economie en financiën. De Nederlandsche Handels Hoogeschool in Rotterdam was “als eerste op het gebied der 'hautes etudes commerciales' gestart. Maar de documentatie en de geschriften waren er nog niet. Er was de, zeer eerbiedwaardige, Hollandse Economist, eens per maand verschijnend, die echter vooral theoretisch gestelde stukken bevatte, maar een zo uitstekend en levendig weekblad als de Engelse Economist was er niet,” aldus K.P. van der Mandele.
ESB was oorspronkelijk bedoeld als wekelijks berichtenorgaan voor de studenten aan de Nederlandse Handels Hoogeschool. Op initiatief van onder meer Bruins en Vissering kwam er vanaf 5 januari 1916 een regelmatig verschijnend blad voor de studenten van de Hoogeschool, waarin de voornaamste conjunctuurgegevens werden gepubliceerd.
Aan deze berichtgeving, die uitgebreider kon zijn dan wat de dagbladen konden bieden, was grote behoefte bij de studenten. “Immers indien ooit dan heeft thans een dergelijk blad, ook al moet het zich aanvankelijk zekere beperkingen opleggen en al zal in den eersten tijd het reproductieve karakter wellicht meer op den voorgrond staan, hier te lande een taak te vervullen. Het grote economische gebeuren van onze tijd, de economische verschuivingen, die zich in deze dagen in de internationale samenleving voltrekken, zijn ook voor ons land van de grootste beteekenis. Ieder pogen tot vermeerdering van kennis op dit gebied en tot zoveel mogelijk zelfstandig Nederlandsche voorlichting, dient thans meer dan ooit een nationaal belang.” Aldus het inleidend artikel van het eerste nummer van ESB.
Het neutrale Nederland raakte in de loop van de oorlog steeds meer geïsoleerd, ook op het gebied van de informatievoorziening. In die zin was de start van ESB een gevolg van de oorlog.
De artikelen bestreken een breeds scala van economische onderwerpen. Het blad was een redelijk succes, maar had al snel na de start een bredere basis nodig. Met dit doel werd op initiatief van G. Vissering in 1916 het Instituut voor Economische Geschriften opgericht. Doelstelling was het bevorderen van de bestudering van economische en economisch-politieke vraagstukken en de verbreiding van de kennis daarvan. ESB was hiervoor een bij uitstek geschikt medium. Men streefde naar een weekblad voor een breed publiek, zowel binnen als buiten het bedrijfsleven, met aandacht voor mondiale ontwikkelingen op economisch en economisch- politiek gebied. Hiernaast wilde het instituut ook meer omvangrijke publicaties uitbrengen, waarvoor moeilijk een uitgever was te vinden. Dit bleek al na vier publicaties te hoog gegrepen.
Qua doelstelling ontliepen het NEI en het Instituut voor Economische Geschriften elkaar niet veel, zij het dat bij het NEI de nadruk meer op eigen onderzoek lag. Samengaan leek dan ook een logische stap. Inhoudelijk waren er weinig bezwaren om ESB onder de vlag van het NEI uit te geven. De redactie van het blad streefde een betere en meer systematische behandeling van actuele onderwerpen na. Met respect voor de onafhankelijkheid zou dit bij het NEI goed kunnen. Bestuurlijk rezen er echter grote problemen. Er ontstond een jarenlange en moeizame discussie over de vorm en mogelijkheden van samenwerking. Deze moeilijkheden waren terug te voeren op een vergaande competentiestrijd. De directies van beide instituten wensten elkaar geen strobreed toe te geven. Pas nadat een oplossing was gevonden voor de verdeling van de topfuncties, kon de samenwerking van de grond komen. De voorzitter van het instituut voor Economische Geschriften, G. Vissering, werd benoemd tot PresidentCurator. Plate, die deze functie tot dan toe had bekleed, werd ondervoorzitter met het recht Vissering op te volgen wanneer deze vertrok. Van der Valk werd chef van het redactiebureau. ESB bleef overigens volledig zelfstandig.
ESB werd in het interbellum een succes. Het verscheen wekelijks en groeide zowel in omvang als lezerspubliek. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog kwam het blad in de problemen. Eind 1944 kon het blad niet meer worden gedrukt. De wederverschijning na de oorlog was echter goed voorbereid. Het eerste nummer na de oorlog verscheen enige weken na de bevrijding met een oranje omslag, papier dat al vele maanden had klaar gelegen.
ESB mocht dan een beperkte omzet genereren, het stond wel erg goed bekend. Dat bleek uit het onderzoek dat in 1964 plaatsvond onder de lezerskring van ESB naar de waardering voor het blad. Er bleken twee typen abonnees te zijn, particuliere en zakelijke. Het aantal zakelijke abonnees was veruit in de meerderheid. Opvallend hoog was het percentage industriële ondernemingen dat abonnee was. Bij de particuliere abonnees scoorde ESB positief. Het blad werd relatief goed gelezen, de inhoud kreeg een vrij gunstig oordeel. Opvallend was overigens dat bij de vragen over de inhoud van het blad de antwoordcategorie 'geen uitgesproken mening' opvallend groot was. Blijkbaar waren de lezers zich bewust van de moeilijkheidsgraad van zo'n soort opinieonderzoek. Het aantal abonnees bleef door de tijd vrij stabiel. Het bestand groeide licht van 4.800 in 1964 tot bijna 5.300 in 1989.
Lange tijd werd een aantal functies van het middenmanagement aangeduid met de toevoeging secretaris. Zo was er tot aan het ontstaan van afdelingen bij het NEI een secretaris Onderzoek. De algemeen secretaris was verantwoordelijk voor de stafdiensten. Verantwoordelijk voor ESB was een redacteursecretaris. Pas in 1985 werd in het kader van het streven om ESB duidelijker te positioneren deze wat archaïsche benaming vervangen door de meer eigentijdse 'hoofdredacteur'.







